Rob van Asselt: Anders denken, anders doen

Statiegeld op kleine flesjes wordt binnenkort geïntroduceerd.  Een middel , gekozen om ten strijde te trekken tegen het verschijnsel zwerfafval. De maatregel vertoont alle kenmerken van half werk:  de consument kan die flesjes maar ook blikken, zakjes en traytjes nog steeds van zich af gooien. En hij zal dat blijven doen. En we spannen het paard hier achter de wagen.

Juist in deze coronatijd, waarin moeder natuur ons een uiterst confronterende les leert en de kwetsbaarheid van de mens volop duidelijk wordt, moeten we nadenken en actie nemen met betrekking tot ons gedrag en de rol die wij op onze aarde spelen.  De mens beschouwt zich als het meest intelligente wezen op deze planeet. Geef dan ook invulling aan die rol en stop met domme dingen doen.

Dat de zee vol zit met plastic is niet de schuld van de kunststof- of de verpakkingsindustrie. Het is niet de schuld van het grootwinkelbedrijf. Het is vooral de consument die zich nonchalant en respectloos gedraagt en alles maar van zich af werpt.

Meer voorlichting en educatie kunnen bijdragen aan bewustwording van onze verantwoordelijkheid, behorend bij de mens als onderdeel van het grote geheel.  Daarin ligt ook voor de hele verpakkingsketen een uitdaging. En een opdracht.

Ik laat mijn afval niet achter op picknickplaatsen, in bossen of parken. Ik neem het mee naar huis of werp het in de daartoe bestemde afvalbak. Dat heeft alles te maken met respect en opvoeding. Mijn ouders hebben me bewust gemaakt van mijn verantwoordelijkheid jegens de natuur. Dat is geen rocket science.

Duurzaamheid moet tussen onze oren zitten. 

Om alle verworvenheden op het gebied van verpakken en verpakkingen overboord te gooien, daarvan ben ik geen voorstander. Systemen en methoden, ontwikkeld gedurende vele eeuwen schuif je maar zo niet aan de kant. Dat zou onlogisch en onverstandig zijn.

Begin vooraan. Bij het bedenken van een concept en het uitwerken van een verpakking.  Qua simplificatie en diktereductie van verpakkingsmaterialen is al heel veel bereikt in de afgelopen jaren.  Er is nog meer te doen: bijvoorbeeld door oplosmiddelen in drukprocessen te elimineren en gebruik te maken van inkten op waterbasis of inktpasta’s.  Door dessins te drukken met minder kleuren.  Door productieruns slimmer te combineren met veel minder instelafvalmateriaal als gevolg. 

Een diepgaande bestudering van de inhoud van de afvalcontainers van onze verpakkingsfabrikanten zal veel inzicht verschaffen in de hoeveelheden kostbaar instelmateriaal.  Ik weet het zeker: ook hier is sprake van verspilling.  Het kan een uitdagend onderwerp voor een afstudeerproject van studenten in de verpakkingskunde zijn.

Voor verpakkingsontwerpers, designers en verpakkingstechnologen ligt hier nog een enorme uitdaging.

Rob van Asselt