Caroli Buitenhuis: Verantwoordelijkheidsgevoel

De wereld is in korte tijd hevig veranderd. Waar enkele weken geleden het aanpakken van plastic verpakkingen nog van groot belang leek, is dat nu naar een beduidend lagere plek in de wereldrangorde gedaald. En daar waar vanuit de Europese Commissie wordt ingezet op hergebruik en minder verpakkingen, blijkt dat - vanwege de hygiene rondom het coronavirus - single use-verpakkingen en ingepakt fruit juist weer opmars maken. Veiligheid gaat tenslotte voor alles.

Een harde boodschap is ook dat, ondanks dat we nu weliswaar in principe vol inzetten op minder verpakkingen en plastics, we in de komende 30 jaar alleen maar méér plastic verpakkingen gaan produceren. De oorzaken zijn divers: de wereldbevolking groeit, we leven langer, meer single huishoudens ­- waardoor meer portieverpakkingen - en daarnaast ook beter verpakken ten behoeve van voedselveiligheid en om productieverlies in de ketens voorkomen.

Maar of en hoe we verpakkingen gebruiken, is eigenlijk niet zo relevant. Verpakkingen zijn en blijven nu eenmaal nodig. De vraag die ons echt bezig zou moeten houden, is: hoe gaan we ervoor zorgen dat verpakkingen geen schade meer toebrengen aan onze ecosystemen. Dus zowel bij sourcing, productie en gebruik als in de afvalfase. Dit heeft niets te maken met overheidsbeleid of machtige olieproducenten, maar met een verantwoordelijkheidsgevoel bij bedrijven dat ze oprecht geen onomkeerbare schade aan de aarde toe willen brengen.

Het is dan ook waardevol indien een verpakking in de afvalfase op meerdere manieren verwerkt kan worden, inspelend op de situatie ter plekke. Gelukkig zijn er steeds meer mooie verpakkingsinitiatieven die hierop al anticiperen en waarbij ook nog enkel gebruik gemaakt wordt van koolstoffen van boven de grond. In Nederland kunnen we bijvoorbeeld een prachtig biobased plastic produceren op basis van reststromen uit de suikerbieten-industrie: Polylactic acid, oftewel PLA. Van dit materiaal kunnen we verpakkingen maken voor kort houdbare producten, zoals zuivel of verse sappen. De verpakkingen kunnen dan na gebruik met het plastic ingezameld en gesorteerd worden. Vervolgens kan het mechanisch of chemisch heel zuiver gerecycled worden en weer ingezet voor nieuwe producten, zoals plantenpotjes, of als grondstof voor verf of schoonmaakmiddelen. De verpakkingen zouden eventueel ook nog vergist kunnen worden voor biogas, of gecomposteerd kunnen worden indien dat een extra functie zou hebben. Bovendien breken ze aanzienlijk eerder af op een vuilnisbelt. Een mooi voorbeeld van koolstoffenrecycling, een neutrale CO2-footprint en ook goed voor de Europese  economie, omdat de productie en verwerking tot en met de afvalfase lokaal kan gebeuren. We moeten het alleen nog wel gaan doen!

Caroli Buitenhuis, Green Serendipity