Foodwaste, hoe pak je dat aan?

Voedselverspilling krijgt veel aandacht wereldwijd. De wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties en Messe Düsseldorf, organisator van Interpack, hebben zes jaar geleden het Save Food-initiatief ontwikkeld. Ook dit jaar werd veel aandacht besteed aan dit thema, met verschillende lezingen. In het najaar organiseren VerpakkingsManagement en Verpakken een seminar over dit onderwerp.

Tijdens Interpack was er weer een paviljoen waar innovatie en bestrijding van voedselverspilling centraal stond. Kort gezegd biedt dit paviljoen een theater met veel lezingen en stands van bedrijven die technologieoplossingen bieden om voedselverspilling tegen te gaan. Ook Nederland was er vertegenwoordigd met een verpakking die het mogelijk maakt producten dagen langer houdbaar te maken, waardoor voedsel kan worden voorkomen. Met perfolid biedt Naber Plastics/Sealpac een oplossing. Het is een doorontwikkeling van de EasyLid, een slimme sluiting die een deksel op een schaal overbodig maakt, terwijl deze toch hersluitbaar is. Door de folie te voorzien van microperforaties kan het ademen van het verpakte product worden gereguleerd, waardoor het langer goed blijft. Joop Meerbeek van Naber Plastics had het eerste uur van Interpack al acht serieus geïnteresseerde partijen op zijn stand. ‘Met een respiratiemeter meten we de respiratie van een product. Heb je bijvoorbeeld Spaanse aardbeien, dan ademen die heel anders dan Nederlandse. Per product meet je de respiratie, waarna de software berekent hoeveel gaatjes er in de folie moeten komen. Dat alles gebeurt gewoon inline op de sealmachine bij dezelfde productiesnelheid. Maar met deze slimme oplossing blijven producten dagen langer goed, uiteraard afhankelijk van de staat waarin ze worden verpakt. En ook per product kan de verlenging van de houdbaarheid verschillen. Maar gemiddeld is een product al snel drie dagen langer houdbaar. Deze verpakking kan heel veel voedselverspilling voorkomen.’

Onderzoek
In het theater van het paviljoen werden lezingen van verschillende kwaliteit gegeven. Van een commercieel verhaal over ultrasoon sealen tot presentaties van wetenschappers. Helén Williams, gepromoveerd lector aan de Zweedse Karlstad Universiteit, viel in de laatste categorie. Met een aantal pakkende voorbeelden gaf ze aan hoe kwalijk productverlies is als het gaat om duurzaamheid. Ze maakte meteen duidelijk dat de impact van dat voedselverlies veel groter is dan die van het gebruikte verpakkingsmateriaal. Ze liet een foto zien van een stuk kaas dat is verpakt in folie en van een schaaltje met plakken kaas. De gesneden kaas heeft elf keer meer verpakkingsmateriaal nodig dan het ene stuk kaas. De vraag aan de zaal was welke van twee het beste was, uit duurzaamheidsoogpunt. Uit onderzoek is gebleken dat als alle kaas wordt genuttigd uiteraard het stuk kaas het beste presteert, omdat er veel minder verpakkingsmateriaal is gebruikt. Maar de praktijk is anders, want zelden wordt alle kaas uit een groot stuk opgegeten. En wetenschappelijk is aangetoond dat als er vier gram kaas wordt verspild, er geen verschil meer is in milieu-impact. Sterker nog, dan al is de gesneden kaas in een schaaltje verpakt beter voor het milieu. ‘Bij producten als vlees en kaas kan de verpakking een grote rol spelen, maar ook bij brood zijn er goede voorbeelden.’
Ze toonde een afbeelding van 700 gram brood, verpakt in acht gram kunststof en 350 g brood verpakt in zestig procent meer kunststof. Uit onderzoek blijkt dat gemiddeld dertig procent van het brood wordt verspild en daarom alleen al is de kleine verpakking altijd beter. Williams: ‘Een boterham verspillen maakt al het grote verschil.’

Impact groter
Maar er zitten meer aspecten aan het probleem van voedselverspilling. Voedsel dat wordt verspild, is ook voor niets verpakt. Dat betekent dat als vijftig procent van een product wordt verspild de werkelijke verspilling honderd procent is, omdat het verspilde product weer vervangen en verpakt moet worden. Er is dus honderd procent product verloren gegaan en ook de verpakking (en de productie ervan) is tevergeefs geweest.
Het laatste voorbeeld dat de onderzoekster gaf, was verpakte rucola. Ze toonde een 100-grams verpakking en een duoverpakking van twee keer 50 gram. Weer mochten de toehoorders zeggen wat beter is, maar inmiddels zag iedereen het al aankomen: het duopak voorkomt verspilling en is dus ondanks het hogere gewicht aan verpakkingsmateriaal beter. Minder verspilling, dus een lagere milieu-impact.

Afwegen factoren
Bij verpakking gaat het uiteraard om materiaalkeuze, het gewicht van de verpakking en de recyclingmogelijkheden. Al die factoren wegen mee in de totale milieubelasting. Het juiste materiaalgewicht en de mogelijkheid te recyclen, gecombineerd met het juiste productvolume kan een mix zijn die succesvol is in de strijd tegen voedselverspilling. Dan is het geen discussie meer over een beetje meer of minder verpakkingsmateriaal, maar over de beste combinatie met de laagste milieu-impact.
Die verpakking speelt ook in andere opzichten een cruciale rol. Want ook de gebruiksinstructies en de informatie over de houdbaarheid beïnvloeden de kans op voedselverspilling. Zo zijn er bijvoorbeeld bewaarinstructies te vinden op de verpakking en is er ook een houdbaarheidsdatum. Die laatste roept veel discussies op, want veel producten die de houdbaarheidsdatum gepasseerd zijn, blijken nog uitstekend te zijn. Maar de consument vertrouwt het niet meer en gooit het product weg. ‘Eerst goed ruiken’, was het advies van Williams. ‘Vertrouw niet te veel op de houdbaarheidsdatum, maar kijk en ruik goed en probeer het eerst.’ De belangrijkste vraag is hoeveel inhoud een verpakking moet hebben, want ,zo zegt Williams, ‘een one size fits all-verpakking is niet van toepassing. En gebruik je als klein huishouden toch een grote verpakking, dan moet hij hersluitbaar zijn’.

Onderzoek
De industrie buigt zich momenteel over deze vraagstukken en volgens Williams is er een ‘packaging revolution 3.0’ gaande. Het is de verpakking die voedselverspilling reduceert, maar lege verpakkingen worden nog altijd gezien als afval in plaats van grondstof en daarom is het zo belangrijk dat verpakkingen circulair worden gemaakt en van afval tot grondstof worden. Het imago van verpakkingen wordt geschaad door zwerfvuil, plastic soup et cetera en die beeldvorming is moeilijk te doorbreken.
Er is inmiddels een Packaging Saves Food Research Group, met partners in Australië, Finland, Noorwegen, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Deze onderzoeksgroep wil meer gegevens verzamelen over de mate waarin de verpakkingsfunctie voedselverspilling kan beïnvloeden in de hele keten, maar ook in verschillende landen en culturen voor verschillende typen huishoudens en voor verschillende food-producten. De onderzoeksgroep wil assessment-methodes ontwikkelen die de verpakkingsfuncties blootleggen die voedselverspilling voorkomen. Dat moet leiden tot bruikbare ontwerpmethoden om verpakkingen te verbeteren als het gaat om het tegengaan van verspilling.

www.foodwastecongres.nl

Op 4 oktober organiseren VerpakkingsManagement en Verpakken een seminar over de rol van de verpakking bij het tegengaan van voedselverspilling. Het seminar ‘Voedselverspilling, hoe pak je dat aan?’, wordt gehouden in Bussum. Dagvoorzitter is Hester Klein Lankhorst, directeur van het kennisinstituut duurzaam verpakken. 

Thema: